Parker, Leo
Waar collega’s op een handzame altsaxofoon of trompet met de eer gingen strijken, besloot Leo Parker (1925-1962) halverwege de jaren veertig opeens om baritonsaxofoon te gaan spelen. Al snel bewees hij echter dat ook dat instrument een plaats verdiende in de bebop, die destijds aan populariteit won, en bijkomend voordeel was dat hij er moeiteloos een stevige groove mee kon neerzetten. Parker had als sessiemuzikant dan ook een druk programma: hij speelde met Dizzy Gillespie, Illinois Jacquet, Fats Navarro en anderen. Na een tijdje radiostilte (te wijten aan een drugsverslaving) beleefde Parker in 1961 nog een late comeback bij Blue Note.
Lees meer »